Met het KB van 22 april 2019 tot vaststelling van de buitengewone kosten die voortvloeien uit artikel 203, §1 van het Burgerlijk Wetboek en de wijze van tenuitvoerlegging ervan (BS 2 mei 2019) bepaalt de Koning welke onderhoudskosten voor kinderen buitengewone kosten zijn, welke kosten het voorwerp moeten zijn van een voorafgaand overleg en akkoord, en hoe de kosten moeten worden afgerekend. Het KB is in werking getreden op 12 mei 2019.

Gewone en buitengewone kosten

Ouders hebben de verplichting overeenkomstig art. 203, §1 BW om naar evenredigheid van hun middelen te zorgen voor de huisvesting, het levensonderhoud, de gezondheid, het toezicht, de opvoeding, de opleiding en de ontplooiing van hun kinderen. Als de opleiding niet voltooid is, loopt de verplichting door na de meerderjarigheid van het kind.

Krachtens art. 203bis, §1 BW draagt elke ouder bij in de kosten die voortvloeien uit de bij artikel 203, § 1 bepaalde verplichting, in verhouding tot zijn respectieve aandeel in de samengevoegde middelen.

De kosten omvatten zowel de gewone als de buitengewone kosten (art. 203bis, §3, eerste lid BW). De gewone kosten zijn alle gebruikelijke kosten met betrekking tot het dagelijkse onderhoud van het kind (art. 203bis, §3, tweede lid BW).

 Onder buitengewone kosten wordt verstaan de uitzonderlijke, noodzakelijke of onvoorzienbare uitgaven die voortvloeien uit toevallige of ongewone gebeurtenissen en die het gebruikelijke budget voor het dagelijkse onderhoud van het kind dat desgevallend als basis diende voor de vaststelling van de onderhoudsbijdragen, overschrijden (art. 203bis, §3, derde lid BW).

Lijst buitengewone kosten

Door die vage omschrijving bestond in de praktijk vaak betwisting over de buitengewone kosten. Bijgevolg werd middels art. 125 van de wet van 21 december 2018 (BS 31 december 2018) voor de Koning in art. 203bis, §3, laatste lid BW de verplichting ingevoerd om een lijst met buitengewone kosten vast te stellen, alsook de wijze van afrekening van de kosten en te bepalen welke buitengewone kosten het voorwerp moeten zijn van een voorafgaand overleg en een uitdrukkelijk akkoord, behalve in geval van hoogdringendheid en overmacht. Bij gerechtelijke beslissing of overeenkomst kan worden afgeweken van de door de Koning vastgestelde buitengewone kosten en wijze van afrekening. Het KB kan je HIER vinden.

 

 

Boonen-Van Craen Advocaten CVOHA

Doggenhoutstraat 20 - 2520 Ranst

BTW BE 0881.048.327

Kantoorrekening: BE 65 6300 6795 2296

Derdenrekening: BE 05 6300 6522 4475

BIC: BBRU BE BB

Legal

Algemene voorwaarden

Privacyverklaring